Oefeningen

Hier zult u niet een lijst van oefeningen vinden. Of beschrijvingen van de uitvoering en wanneer en hoe toe te passen. Als u dàt wilt dan kunt u beter een zoekmachine raadplegen. Daar vind u een enorme en onoverzichtelijke hoeveelheid oefeningen waarbij de deskundigen elkaar aftroeven. In dit artikel gaan we het hebben over: verschillende soorten oefeningen, waarvoor in te zetten, de voor- en nadelen en wat is bekend over de effectiviteit.

 

Specifieke oefeningen

Een oefening geven zonder doel is als een schot in de lucht en hopen dat je wat raakt. De kans dat dat lukt is zeer klein en dan is het nog de vraag of je blij bent met wat je geschoten hebt. Een oefening moet specifiek zijn: gemaakt om het doel te bereiken en passend op maat voor de persoon die het gaat uitvoeren. Bij mensen met klachten is het doel om van de klachten af te komen. Een aantal mensen willen ook voorkomen dat klachten weer terugkeren. Zoveel verschillende klachten en mensen vraagt om zoveel verschillende oefeningen. Ik probeer een beetje orde in de chaos te scheppen.

oefenen

 

Algemene oefeningen

Een aantal mensen herstellen niet van klachten omdat er (tevens) een algemeen probleem speelt. In lichamelijk opzicht zijn de meest voorkomende: iets met de houding (bijvoorbeeld vooruitgestoken nek), niet kunnen ontspannen (opgetrokken schouders), onvoldoende algemene conditie of kracht (zoals bij traplopen of opstaan). Voor elk van deze problemen zijn oefeningen te bedenken. Het moeilijke hiervan is dat ze enige tijd volgehouden moeten worden om effect te bereiken, vaak maanden, en dat ze ook daarna onderhouden moeten worden om terugval te voorkomen. Het betreft namelijk het ‘bijstellen’ van automatismen die al vele jaren bestaan en zich diep genesteld hebben in lijf en gedrag. Probeer daar maar eens van af te komen.

 

Verbetering van de functie

Om een handeling goed uit te kunnen voeren zullen diverse structuren als een eenheid moeten functioneren om het doel van de handeling te bereiken. Met name het optreden van pijn stoort hierin. Pijnreductie is belangrijk omdat pijn aanpassingen van de oorspronkelijke handeling/oefening geeft, waardoor de klachten blijven of weer nieuwe klachten kunnen ontstaan. Soms zijn er oefeningen die pijn dempen. Bewegen is daar één van: met name ontspannen repeterende bewegingen. Ook bewegingsbeperking stoort in het goed kunnen uitvoeren van handelingen. Bewegingsbeperking kan verschillende oorzaken hebben en om verschillend type oefeningen vragen. Bij verkorting van structuren kunnen rekoefeningen gegeven worden. Bij een genezend ontstekingsproces (bijvoorbeeld spierscheur) kunnen modellerende oefeningen gegeven worden voor een optimale ontwikkeling van het litteken. Bij beperking in de beweeglijkheid van een gewricht kunnen mobiliserende oefeningen gegeven worden om het samenspel van de deelnemende botelementen te optimaliseren. Indien de structuren een goede kwaliteit hebben, maar het samenspel niet optimaal gecoördineerd wordt vanuit het zenuwstelsel zijn coördinatie of technische oefeningen de keuze.

 

Volgorde van oefeningen

Om een veranderproces door oefeningen goed te doorlopen is de volgorde waarin oefeningen gegeven worden in de loop van de tijd van belang. Als iemand niet rechtop kan lopen door verkorting van structuren aan de voorzijde, dan is het direct geven van houdingsoefeningen gedoemd te mislukken. Eerst zullen de verkorte structuren geoefend moeten worden om een rechtop houding mogelijk te maken. Vervolgens kunnen houdingsoefeningen worden gegeven. En tenslotte zal het nieuwe houdingsgedrag geïntegreerd moeten worden in het dagelijks leven. Wanneer het nodig is om meer kracht in de beenspieren te krijgen (bijvoorbeeld bij opstaan uit een stoel), dan kan eerst naar de techniek van opstaan gekeken worden om dit proces zo efficiënt mogelijk te laten verlopen. Daarmee wordt ook voorkomen dat zich klachten elders ontwikkelen door overbelasting, bijvoorbeeld in de lage rug door het vooroverbuigen in de initiële fase van opstaan uit zit. Als de techniek goed is kan geconcentreerd worden op kracht, snelheid of duurvermogen indien nodig.

 

Voordelen van oefeningen

Oefeningen, mits geïndiceerd en goed gekozen, geven verantwoordelijkheid en zelfredzaamheid van patiënten weer terug voor het eigen lijf. Een activerende beleid met oefeningen doet de belastbaarheid vergroten. Bij verbetering van de klachten neemt ook het vertrouwen toe in het eigen functioneren. De therapeutafhankelijkheid neemt af. Oefeningen zijn goedkoop en indien nodig, zoals bij terugkerende klachten, altijd weer op te pakken.

 

Nadelen van oefeningen

Deze zijn er helaas ook. Het belangrijkste nadeel is dat de patiënt het zelf moet doen. Bijna iedereen zal na verloop van tijd de teugels laten vieren. Oefeningen zijn eentonig, saai, het duurt soms een tijd voordat merkbaar succes optreedt, vakanties … . Als de klachten verdwenen zijn wordt de noodzaak om te oefenen niet meer gevoeld waardoor het therapieproces soms niet volledig afgerond wordt. Het doen van onderhoudsoefeningen ter preventie is daarom ook een lastige zaak. Een aantal oefeningen proberen gedragsverandering in gang te zetten. Maar het gedrag van mensen (in het algemeen) veranderen is een lastige zaak. Er is dus een goede dosis motivatie nodig om een oefenproces goed te doorlopen.

 

Ook al is een oefening goed gekozen en wordt hij correct uitgevoerd, dan is het toch nog mogelijk dat er ongewenste effecten ontstaan. In het algemeen komt dit bij 1 op de 6 mensen voor. Dit betreft dan milde bijwerkingen zoals pijn, moeheid, lage rugpijn, bursitis. Met het stoppen van de oefeningen verdwijnt dit weer. Ernstige bijwerkingen komen niet vaker voor dan als er niet geoefend wordt. Het type oefening met de meest kans op problemen zijn de krachtoefeningen. De groepen patiënten die het meeste risico lopen zijn: ouderen, mensen met lage rugpijn of andere klachten gerelateerd aan het bewegingsapparaat, en mogelijk mensen met osteoporose. Tenslotte is weinig bekend over de impact van oefeningen op de effectiviteit van medicatie. Met het uitvoeren van oefeningen kan de werkingstijd van medicatie beïnvloed worden. Hoe hiermee om te gaan is niet duidelijk op misschien één uitzondering na: insuline. De bloedsuikerspiegel kan direct gemeten worden waarop de dosering aangepast kan worden.

 

Bewezen effectiviteit

Er is veel onderzoek beschikbaar waaruit blijkt dat oefeningen een effectieve en veilige therapievorm zijn bij klachten van het bewegingsapparaat. Het is echter, vreemd genoeg, niet altijd duidelijk welk type oefening bij welke klacht het meest er toe doet. Ook is er maar beperkt onderzoek gedaan naar de beste uitvoering: frequentie, duur, intensiteit. Met name bij aspecifieke klachten, waarbij geen duidelijke oorzaken gevonden worden, lijkt het niet veel uit te maken. Dit suggereert dat alleen al het activeren en stimuleren van het gebruik van de klachtenregio tot verbetering leidt. Mogelijk dat de enorme variatie in klachten en mensen niet kan leiden tot eenduidige conclusies en voor verwarring zorgt. Dit pleit mijns inziens voor een individuele benadering van patiënten. Bij klachten met een duidelijke oorzaak, zoals bijvoorbeeld bij specifieke klachten, is het vinden van een passende oefening belangrijk zoals bij ontstekingsprocessen, spier- of bandscheuren of hernia. Soms zijn hiervoor zelfs protocollen ontwikkeld.

 

Conclusie

Oefeningen zijn een belangrijke therapievorm bij klachten van het bewegingsapparaat. Het is lastig in te schatten welke oefening bij welke klacht en patiënt het meest geschikt is. Het adagium ‘baat het niet dan schaadt het niet’ gaat niet op: er zijn ook nadelen. Echter een goed gekozen en uitgevoerde oefening kan een patiënt in veel opzichten verder helpen waaronder afname van de klacht.

 

Bronnen

Pedersen BK, Saltin B. Exercise as medicine - evidence for prescribing exercise as therapy in 26 different chronic diseases. Scand J Med Sci Sports. 2015 Dec;25 Suppl 3:1-72.

Daenen L et al. Exercise, not to exercise, or how to exercise in patients with chronic pain? Applying science to practice. Clin J Pain. 2015 Feb;31(2):108-14.

McLaughlin M, Jacobs I. Exercise is medicine, but does it interfere with medicine? Exerc Sport Sci Rev, Vol. 45, No. 3, pp. 127–135, 2017.

Niemeijer A et al. Adverse events of exercise therapy in randomised controlled trials: a systematic review and meta-analysis. BJSM Published Online First: 28 September 2019.