Orthomanipulatie en de orthomanueel arts

Orthomanipulatie is vooral bekend bij de mensen die zo behandeld zijn. Er is weinig over geschreven en zelfs op internet is niet veel te vinden. De methode wordt door een aantal MSK-artsen in Nederland toegepast met een specifieke opleiding. Verder is er weinig wetenschappelijk onderzoek naar gedaan, al is daar recentelijk wat verandering in gekomen. Dus is de methode vooral een techniek gebaseerd op (gunstige) ervaringen van artsen en patiënten en minder op evidence. 

Orthomanipulatie: de oorsprong

Het woord orthomanipulatie is een samenstelling van de woorden: ortho (juist, recht, gezond) en manipulatie (behandelen, beïnvloeden, met de handen bezig zijn). De arts M. Sickesz (1922-2015) legde de basis van de orthomanipulatie techniek in de 60-er jaren van de vorige eeuw. Zij vond bestaande systemen en technieken om klachten van het bewegingsapparaat te behandelen niet effectief genoeg en ging zelf op zoek naar iets anders. Dat deed zij door uit te proberen: als zij bij onderzoek iets vond dat mogelijk met een klacht te maken had dan bedacht ze een behandeling en keek of dat de gewenste verbetering gaf. Gaandeweg voegde ze elementen aan haar systeem toe: standen van wervels op elkaar, beoordeling en behandeling van een bekkenscheefstand of bekkenverwringing. En later ook behandeling van gewrichten aan de armen en benen. Zo ontwikkelde zij haar orthomanipulatie. Aanvankelijk had zij een 'praktijk osteopathie' in Amsterdam. Later vestigde zij zich in Wassenaar, en weer later in Den Haag waar zij stopte in 2010. In 1981 schreef zij haar bevindingen in een boek 'Orthomanipulatie' dat niet meer verkrijgbaar is. Ondertussen leidde zij ook artsen op in haar systeem. Door anderen werd het systeem verder uitgebouwd. De basisprincipes 'recht en symmetrisch' bleven bestaan.

NB: steeds meer Dorn-therapeuten noemen hun methode orthomanipulatie. Hoewel de Dorn-methode een paar vergelijkbare uitgangspunten kent als de orthomanipulatie, is het toch veel eenvoudiger van opzet. De Dorn-methode in een cursus van een paar dagen en wordt veelal aangeboden aan masseurs of zelfs mensen zonder een vooropleiding. De in dit artikel besproken orthomanipulatie heeft een opleiding die uitsluitend voor artsen toegankelijk is en kost een aantal jaren om onder de knie te krijgen.

 

Het symmetrie principe

De orthomanipulatie stelt dat het houding- en bewegingsapparaat een links-rechts symmetrische opbouw heeft. Balansverstoringen kunnen ontstaan bij afwijkingen daarvan. Dat geeft prikkeling van receptoren en zenuwen of geeft extra spierspanning ter compensatie waardoor de flexibiliteit en belastbaarheid afnemen. Als dit te ver gaat, of als de persoon in kwestie dit niet meer kan opvangen dan zullen er klachten ontstaan. Dit op zich kan verdere balansverstoringen geven waardoor een opbouw van klachten ook elders in het lichaam plaats kunnen vinden. Het principe van de symmetrie wordt in alle aspecten van het bewegingsapparaat doorgevoerd: bekkenstand, stand van wervels op elkaar en ook bij armen en benen. Het is dus een methode gericht op behandeling van gewrichten. Er is wel discussie hoe sterk dit symmetrie-principe moet worden doorgevoerd of waar de grens ligt. Tenslotte ontwikkelen we allemaal links-rechts asymmetrieën door verschillend gebruik van de linker- en rechterkant. Deze discussie is in het artikel over symmetrie en asymmetrie verder uitgewerkt. 

Wervelkolom

De orthomanipulatie beschrijft in de wervelkolom een 11-tal mogelijke stand afwijkingen van wervels. Ook combinaties van afwijkingen kunnen per wervel voorkomen. Door op wervelniveau te diagnosticeren en te behandelen is de orthomanipulatie te classificeren als een segmentale methode. Dat betekent dat weefsels die via zenuwen met dat segment in het ruggenmerg verbonden zijn bij een stoornis aan de wervelkolom klachten kunnen krijgen. Aldus kunnen er ook klachten op afstand ontstaan, naast het hierboven vermelde principe van compensaties bij balansverstoringen. Voorbeeld: bij mensen met (aspecifieke) lage rugklachten kunnen pijnklachten ontstaan aan de benen. De technische term voor dit soort klachten is: referred pain. Voor de segmentale theorie is neurowetenschappelijk bewijs. De orthomanuele praktijk lijkt dat te ondersteunen. Het fenomeen van de orthomanuele stand afwijking van een wervel, de zognaamde scheve wervel, roept overigens regelmatig discussie op. Kan een wervel scheef staan? Zie dit artikel voor een korte bespreking. 

Bekkengordel

Stand afwijkingen van de bekkengordel spelen een belangrijke rol in de orthomanipulatie. Het bekken wordt gezien als de basis van de wervelkolom. Een afwijking in de bekkenstand leidt vroeg of laat tot diverse aanpassingen hogerop in de wervelkolom, maar ook naar beneden naar heupen en benen. Zo kan een bekkenscheefstand veel invloed hebben op het ontstaan van asymmetrieën op verschillende niveau`s. Indertijd beschreef Sickesz al hoe een bekkenscheefstand typische reacties in de wervelkolom gaf, formules geheten. De aanpak bestaat uit een integrale behandeling van bekkengordel én wervelkolom.

Voorbeeld van een stukje gecombineerde bekkengordel-wervelkolom behandeling:

Armen en benen

De armen en benen zijn goed toegankelijk voor onderzoek met orthomanipulatie. Het onderzoek bestaat ook hier uit goed kijken en beoordelen of de 'uitlijning' van de botstukken in het gewricht een afwijking vertoont. Behandeling vindt plaats door met de duim of hand een verende druk op het botstuk uit te oefenen. Een krakend geluid wordt niet gehoord of gevoeld. Een aantal artsen gebruikt ook de hamer-en-drevel techniek.

Therapie

In de orthomanipulatie kan na onderzoek goed ingeschat worden hoeveel behandelingen nodig zijn om de verstoringen in bekkengordel, wervelkolom, benen en armen te herstellen. Elke verstoring kent namelijk zijn eigen type behandeling dat is vastgelegd in protocollen. De volgorde van behandeling is van belang, alsmede de tijdsduur tussen behandelingen om verbetering van de stand te krijgen. Bij de wervelkolombehandeling wordt gebruik gemaakt van verhogingen waarover de patiënt gelegd wordt om de behandeling gemakkelijker te laten lopen.

De MSK-arts orthomanipulatie

De MSK-arts orthomanipulatie heeft een speciale opleiding gehad om dit deel van de musculoskeletale geneeskunde te kunnen uitoefenen (zie ook het artikel over Musculoskeletale Geneeskunde en de MSK-arts). Het is zijn/haar taak de afwijkingen te herkennen en in te schatten of behandeling effectief kan zijn bij de gepresenteerde klachten. Met logisch redeneren en kennis van de segmentale opbouw van het lichaam is dit goed mogelijk. Zoals onder het kopje 'Therapie' reeds vermeld is het goed mogelijk om na het onderzoek een nauwkeurige schatting te geven van het aantal consulten dat nodig is voor een complete behandeling.

NB De orthomanipulatie valt onder de alternatieve geneeswijzen. De reden hiervoor is onder andere dat er nog te weinig wetenschappelijk onderzoek naar gedaan is.

NB Een probleem is dat er hier en daar ongefundeerde uitspraken worden gedaan over de effectiviteit bij bepaalde klachten en ziektes. Hiervan distantieert onze praktijk zich. Mijn mening is: het systeem kan toegepast worden wanneer er een logisch verband gelegd kan worden tussen de gevonden afwijkingen en de klachten van het bewegingsapparaat waarmee de patiënt komt en de ervaringen dit ook onderstrepen.

 

Bronnen

Kunert W. Wirbelsäule und Innere Medizin. Enke Verlag 1975.

Sickesz M. Orthomanipulatie. Stafleu’s 1981.

Albers JWB, Keizer ED. Een onderzoek naar de waarde van orthomanuele geneeskunde. Eburon 1990. Heruitgave 2012.

Cranenburgh B van. Segmentale verschijnselen. Springer Media B.V. 4e druk, 2015.

Veen EA van de, et al. Variance in manual treatment of nonspecific low back pain between orthomanual physicians, manual therapists, and chiropractors. J Manipulative Physiol Ther 2005;28:108-116.

Schuller W. Musculoskeletal medicine in the Netherlands. Dissertatie VU Amsterdam 2020.